Zaterdag 21 juni is het PvdA-GL congres in Nieuwegein, maar er blijven als het aan ons ligt wel grote vraagstukken op de plank liggen die wel degelijk om een antwoord vragen, naast alle andere problemen.
Zaterdag 21 juni beslist het congres in Nieuwegein of er een nieuwe partij opgericht gaat worden in 2026: een omslagpunt. In de provinciale staten, de meeste gemeenten en de 2 kamers in Den Haag is fuseren een optie zonder forse problemen. Tegelijkertijd zien we ook dat in de waterschappen de PvdA óf een zelfstandige fractie is terwijl de collega’s/conculega’s bij Water Natuurlijk zitten, óf dat de PvdA bij WN zit. Op zo’n moment ligt er een duidelijke keuze voor: ga je samen met de sociaal-liberalen in 1 fractie, of gaan we een fractie met alleen GL vormen? Ons standpunt is dat we onder geen omstandigheid met sociaal-liberalen in een fractie moeten gaan zitten en onze inschatting is dat meer PvdA’ers er zo in staan. In waterschappen als Limburg, Vechtstromen en Zuiderzeeland waar de PvdA als WN steunt is het minder lastig, maar 1 landelijk beleid van waar de PvdA-waterschappers zetelen is heel belangrijk. Het is een ingewikkelde keuze en elke keuze kent verliezers.
In het Europees parlement is de keuze nog veel scherper: daar zullen we als fusiepartij in S&D fractie van de sociaaldemocraten of de groene fractie van de groenen moeten gaan zitten, of zoals nu in tweeën verdelen. Echter is dat verwarrend en de kiezer snapt er ook niks van. Vanuit het oog zullen sommige GL’ers pleitten voor totale zitting in de groene fractie, maar dat is vanuit pragmatisch oogpunt een slecht plan. In de S&D-fractie kunnen we meepraten met de 2de fractie van het EP, en via de grote coalitie structureel meer invloed uitoefenen. Daarnaast zou het voor de PvdA ontzettend ver gaan om de fractie die zij zelf heeft opgericht te verlaten.
In het noorden -en Noord-Holland in gemeenten als Amsterdam, Oostzaan en PRO Texel doen beide partijen los mee en dat is misschien logisch vanuit lokaal opzicht: in sommige gevallen is het écht niet voordelig om samen mee te doen omdat de oordelen over GL niet positief zijn. “Die groenlinksen” hebben velen in het linkse noorden weinig mee. Afwijken van de trend waarin er veel vaker wel dan niet samen wordt meegedaan is dat alleen geen oplossing. Het is meer ontwijkgedrag.
Als er een probleem ontstaan, in dit geval het elitaire imago van de 2 partijen kan je zoals het Partijbestuur dat wil doorduwen en in een aantal gemeenten alsnog gescheiden meedoen. Lost dit het probleem op? Nee. Wordt het probleem ontweken? Ja. Als men niet op ons wil stemmen wegens een elitair imago moeten we dat imago verbeteren en weer brede volkspartij worden om ze een brede aanhang in de middenklasse en onderklasse van Nederland te vergaren.
Het verschil tussen ontwijken en oplossen: een fundamentele keuze. Brede aanhang in álle gemeenten tegenover aanhang onder de elite in rijke VVD-dorpen aan de Noord-Hollandse kust en het gooi is een verschil waar we een duidelijke keuze moeten maken. Aandacht voor culturele thema’s zal hiervoor nodig zijn in de 21e eeuw, want men kiest niet meer alleen op basis van het economische aspect. Cultuur is veel belangrijker geworden en dat negeren is snijden in onze eigen vingers. Verkiezingen gaan meer over imago dan inhoud.
Alleen als men dit gaat beseffen is uitslag zoals bovenstaand (EU-parlement 2019) weer mogelijk.